skip to Main Content

Marieke Walma promoveerde met haar proefschrift ‘Lokaal gevorderd pancreascarcinoom – Een exploratie van behandelstrategieën’ op 13 januari 2022 aan de Universiteit Utrecht. Zij deed onderzoek naar de huidige behandelstrategieën en uitkomsten bij ruim 400 mensen met lokaal gevorderde alvleesklierkanker.

Doordat alvleesklierkanker vaak geen of aspecifieke klachten geeft, is bij veel patiënten de ziekte al gevorderd als de diagnose wordt gesteld. Ongeveer 30 tot 40% van hen heeft nog geen uitzaaiingen, maar wel lokaal gevorderde ziekte (LAPC), waarbij de tumor in of rondom de belangrijke bloedvaten groeit. Deze bloedvaten zijn onmisbaar, daarom is een operatie niet zinvol en is de behandeling veelal palliatief.

Standaardbehandeling

De standaardbehandeling bij patiënten met een lokaal gevorderd pancreascarcinoom (alvleesklierkanker) is chemotherapie. De laatste jaren zijn er nieuwe therapieën beschikbaar gekomen. De belangrijkste is FOLFIRINOX-chemotherapie. Maar ook nab-paclitaxel gecombineerd met gemcitabine wordt toegepast. Het is niet precies bekend welke patiënten wel of geen voordeel hebben van deze behandelingen.

Proefschrift

Met haar onderzoek richt Marieke Walma zich op de huidige behandelstrategieën en uitkomsten in een grote, representatieve groep patiënten met een lokaal gevorderd pancreascarcinoom in Nederland. Ook onderzocht zij voorspellende factoren, met als doel patiënten te selecteren die baat zullen hebben bij chemotherapie. Tot slot onderzocht zij de haalbaarheid en veiligheid van een nieuwe, lokale behandeloptie in combinatie met chemotherapie ter voorbereiding op een internationale gerandomiseerde studie: de PELICAN-studie.

Onderzoek huidige behandelstrategieën en uitkomsten

Marieke Walma beschrijft de uitkomsten van de behandeling van 422 patiënten met een lokaal gevorderd pancreascarcinoom uit 14 verschillende Nederlandse ziekenhuizen. Drie kwart van alle patiënten start met chemotherapie, daarvan krijgt drie kwart FOLFIRINOX. De mediane overleving van deze patiënten is 14 maanden. Van de patiënten behandeld met FOLFIRINOX komt 13% alsnog in aanmerking voor een chirurgische verwijdering van de tumor (resectie). Zij hebben een overleving van 23 maanden. Patiënten die gemcitabine krijgen, al dan niet gecombineerd met nab-paclitaxel, hebben een mediane overleving van 9 maanden.
“Wat verder opvalt, is dat er een grote variatie aan behandelingen is ná de standaard eerstelijnsbehandeling met chemotherapie”, schrijft zij.

Voorspellen van uitkomsten

Het tweede deel van haar onderzoek richt zich op het voorspellen van de overleving en de mogelijkheid tot resectie na FOLFIRINOX. Marieke Walma concludeert dat de overleving moeilijk voorspelbaar is. De overlevingskans wordt positief beïnvloed door een hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, minder comorbiditeit (andere chronische aandoeningen) en als er niet te veel van de stof CA19.9 in het bloed circuleert (tumormarker CA19.9 ≤274 kU/l). Voordat een betrouwbaar voorspellend model kan worden gemaakt, moeten er nieuwe voorspellers worden gevonden.
Een mogelijkheid tot alvleesklierresectie wordt voorspeld door de mate van vaatbetrokkenheid bij diagnose en de conditie van de patiënt. De patiëntengroep met de meest gunstige waarden heeft een kans van 35% op een resectie na chemotherapie. Patiënt en arts kunnen deze waarden gebruiken in hun gesprek over de therapiekeuze.

Ook is gekeken of een echografie tijdens de operatie nuttige informatie kan geven; informatie aanvullend op de CT-scan die vooraf is gemaakt. Maar een echografie geeft alleen informatie tijdens de operatie en nog nuttiger zou het zijn als je voorafgaand aan de operatie beter kan selecteren of het pancreascarcinoom nog te verwijderen is. Nieuwe studies zullen zich moeten richten op andere preoperatieve selectiemethoden, zoals een MRI-scan, endoscopische echo of het gebruik van biomarkers, om de mogelijke respons op behandeling te kunnen voorspellen en behandelstrategieën te individualiseren.

Radiofrequente ablatie

Ter voorbereiding op een gerandomiseerde studie onderzocht Marieke Walma de veiligheid van radiofrequente ablatie (RFA). Hierbij wordt tijdens een operatie de tumor lokaal verhit, maar niet verwijderd.
Uit onderzoek in dit proefschrift blijkt dat deze methode veilig genoeg is om een internationale gerandomiseerde studie te rechtvaardigen: de PELICAN-trial. Deze studie vergelijkt de overleving van patiënten met lokaal gevorderde alvleesklierkanker met en zonder behandeling met radiofrequente ablatie, in combinatie met chemotherapie.
Momenteel is 75% van de benodigde patiënten geïncludeerd. De resultaten worden in 2022 verwacht en zullen een antwoord geven op de vraag of lokaal behandelen nuttig is in deze patiëntengroep.

Meer informatie

Het proefschrift is ook online beschikbaar. Met op pagina 220 een samenvatting in de Nederlandse taal.

 

Back To Top