Skip to content

Vanwege de slechte overleving van uitgezaaide alvleesklierkanker is er grote behoefte aan nieuwe behandelingen. Een nieuw middel liet onder patiënten in Japan veelbelovende resultaten zien. Onderzoekers in Nederland testten het hier uit in een nieuwe combinatie | augustus 2026.

Als de eerste behandeling bij uitgezaaide alvleesklierkanker met gemcitabine niet aanslaat, is er nog maar één behandeloptie mogelijk: de chemotherapie-combinatie van nanoliposomaal irinotecan met het middel 5-fluoro-uracil (5-FU).
S-1 is een nieuw middel dat in Japan al wordt gebruikt voor alvleesklierkanker zonder uitzaaiingen. Ook bij uitgezaaide alvleesklierkanker laten de eerste studies zien dat het middel actief is, met acceptabele bijwerkingen. Onderzoekers van het Amsterdam UMC vroegen zich af: zou het de plek van 5-FU kunnen innemen naast nanoliposomaal irinotecan? Bijkomend voordeel zou zijn dat het infuus met S-1 veel korter duurt dan dat van 5-FU. Een middel dat beter werkt én patiëntvriendelijker is dus, zo hoopten ze.

NAPAN-studie

Aan de NAPAN-studie deden 120 patiënten met uitgezaaide alvleesklierkanker mee, die eerder waren behandeld met chemotherapie met gemcitabine. De helft van de patiënten kreeg de standaardbehandeling van nanosomaal irinotecan met 5-FU, de andere helft kreeg nanosomaal irinotecan met het nieuwe middel S-1. Vervolgens werd in de gaten gehouden of de tumor groeide en of er nieuwe uitzaaiingen ontstonden (progressie) en welke bijwerkingen patiënten hadden.
Het nieuwe middel bleek niet beter te zijn dan het bestaande 5-FU. In beide groepen was de tijd tot progressie voor de meeste patiënten slechts enkele maanden. Ook de overleving was niet beter met S-1. Daarnaast hadden patiënten in de groep met S-1-behandeling vaker last van ernstige bijwerkingen. Vooral misselijkheid kwam vaker voor.

Geen nieuwe behandeling

De combinatie met S-1 maakte de verwachtingen dus niet waar. Het was niet beter en ook niet patiëntvriendelijker. Integendeel: de bijwerkingen waren erger. Waarom het middel in Japan wel succesvol lijkt, is niet duidelijk. Mogelijk speelt een rol dat Japanners en Europeanen anders reageren op medicijnen door verschillen in stofwisseling, voeding of de samenstelling van de tumor zelf. Dit komt vaker voor bij kankerbehandelingen.

Meer informatie

De originele Engelstalige samenvatting van het onderzoek is beschikbaar. Klik hieronder op de button.

Ga naar de Engelstalige samenvatting
Back To Top