Het galwegsysteem
Een van de stoffen die de lever maakt is gal. Deze vloeistof hebben wij nodig om ons voedsel af te kunnen breken in de darmen, zodat de voedingsstoffen in ons bloed opgenomen kunnen worden. Ook helpt gal om afvalstoffen te verwijderen die de lever uit het bloed heeft gefilterd.
Het galwegsysteem is een netwerk met een boomachtige structuur van galwegen in
de lever en de hoofdgalweg buiten de lever. In de lever zitten smallere galwegen, vergelijkbaar met hele kleine bloedvaatjes. Zij voeren gal af vanuit de levercellen naar de steeds groter wordende galwegtakken. De rechter en linker galwegtakken in de lever verzamelen de gal en komen samen buiten de lever en vormen samen de grote galweg. Deze galweg voert de gal naar de galblaas en naar de twaalfvingerige darm. De galblaas fungeert als een reservoir voor de gal totdat eten in de twaalfvingerige darm komt.
Galwegkanker
De galweg loopt vanaf de lever door de alvleesklierkop naar de twaalfvingerige darm (zie figuur).
Kanker in de galweg heet in medische termen cholangiocarcinoom. Het is een zeldzame vorm van kanker. Elk jaar krijgen ongeveer 1000 mensen in Nederland deze diagnose. De meeste van hen zijn ouder dan 60 jaar. Mannen krijgen iets vaker galwegkanker dan vrouwen.
Bij kanker kunnen kwaadaardige cellen door ander lichaamsweefsel heen groeien en kan de kanker zich verspreiden door het lichaam via bloed en lymfevaten. Uitzaaiing van galwegkanker is meestal naar de lever of de buikholte.
Bij ongeveer 350 mensen met galwegkanker per jaar zit de tumor in de onderste (distale) galweg die door de alvleesklier loopt. Deze tumor kan doorgroeien in de alvleesklierkop. Een operatie voor deze vorm van kanker is gelijk aan de operatie (algemeen) voor alvleesklierkanker.
Risicofactoren
Meestal ontstaat galwegkanker zonder een duidelijke oorzaak. De kans op galwegkanker is wel groter door de volgende aandoeningen:
Cysten in de galwegen
Cysten zijn holtes gevuld met vocht.
Chronische ontsteking van de galwegen (primaire scleroserende cholangitis)
Bij deze ziekte zijn de galwegen ontstoken, zowel de galwegen in de lever als de galwegen buiten de lever. De oorzaak van primaire scleroserende cholangitis is onbekend.
Hepatitis B
Bij hepatitis B is er een ontsteking in de lever. De oorzaak hiervan is een virus. Hepatitis B komt meer voor in Azië, Afrika of Zuid-Amerika dan in westerse landen.
Hepatitis C
Hepatitis C is een ziekte van de lever. Hepatitis C wordt door een virus veroorzaakt.
Levercirrose
Levercirrose is een leveraandoening waarbij de lever beschadigd is door littekenweefsel. De lever werkt niet goed meer. Er zijn meerdere oorzaken voor levercirrose, zoals leverziekten, een infectie of vergiftiging.
Parasieten in de lever (leverbot)
Leverbot of Fasciola hepatica is een parasiet die voor kan komen in de lever en galwegen van bepaalde dieren, zoals koeien en schapen. Heel soms raakt een mens besmet met leverbot.
Symptomen
Vaak ontstaan pas klachten van galwegkanker als de tumor is uitgegroeid naar omliggende organen. Een galwegtumor verhindert vaak de afvoer van gal. Hierdoor ontstaat geelzucht. Veel afvalstoffen kunnen niet door de lever afgevoerd worden en vetten worden slecht verteerd. Verder hoopt galkleurstof, die normaal gesproken de ontlasting bruin kleurt, zich op in de lever. Uiteindelijk wordt de kleurstof dan opgenomen in het bloed en veroorzaakt een gelige huid, geel oogwit en jeuk over het hele lichaam. Ook kan de galkleurstof in de urine terecht komen. De klachten die hierdoor ontstaan:
- verminderde eetlust, misselijkheid.
- vermoeidheid en lusteloosheid.
- pijn in de bovenbuik.
- koorts en rillingen.
- gele huid en oogwit.
- jeuk over het hele lichaam.
- licht gekleurde ontlasting.
- donker gekleurde urine.
- gewichtsverlies.
Onderzoek en diagnose
Om de juiste diagnose te kunnen stellen, moeten er bij een vermoeden van galwegkanker onderzoeken worden uitgevoerd.
De volgende onderzoeken kunnen plaatsvinden:
- bloedonderzoek.
- echografie.
- CT-scan.
- MRI-scan.
- endoscopie (ERCP).
- kijkoperatie (laparoscopie).
Niet alle onderzoeken hoeven van toepassing te zijn. Je arts bepaalt welke onderzoeken nodig zijn om de diagnose te kunnen stellen en om vast te stellen in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dit is nodig om vast te bepalen welke behandeling het meest geschikt is.
Bloedonderzoek
Bij een vermoeden van galwegkanker, wordt vaak een bloedonderzoek uitgevoerd. Aan de hand van waarden in je bloed kan de leverfunctie worden bepaald. Een vroeg stadium van geelzucht kan in het bloed worden aangetoond. Verder wordt doorgaans algemeen onderzoek gedaan om tumormarkers en functies van andere organen te bepalen zoals de nieren en de bloedstolling.
Echografie
Om de diagnose van galwegkanker te kunnen stellen, wordt vaak een echo gemaakt. Een echografie is een onderzoek waarbij met behulp van geluidsgolven organen en weefsel zichtbaar kunnen worden gemaakt. De golven zijn niet hoorbaar, maar door de weerkaatsing (echo) ervan kan worden bepaald waar organen en weefsel zich bevinden. Een echo is niet belastend of pijnlijk. Tijdens het onderzoek lig je op een onderzoekstafel. Op je huid wordt een gel aangebracht. Daarna wordt een apparaatje dat geluidsgolven uitzendt, over je lichaam bewogen. Dit apparaatje meet ook de echo (terugkeer) van deze geluidsgolven. De tumor en eventuele uitzaaiingen kunnen zo in beeld worden gebracht.
Om de exacte uitbreiding van de tumor te bepalen is echografie meestal niet voldoende.
CT-scan
De CT-scan is een van de belangrijkste onderzoeken bij galwegkanker omdat de uitbreiding naar omliggende organen in beeld gebracht kunnen worden. Ook kan worden bepaald of de tumor uitzaaiingen heeft veroorzaakt naar andere organen. Verder kan een CT-scan bepalen of er na een eventuele operatie voldoende leverweefsel overblijft in de herstelfase.
CT staat voor computertomograaf. Door middel van röntgenstraling worden met dit apparaat organen en weefsels gedetailleerd in beeld gebracht. Tijdens het onderzoek lig je op een beweegbare tafel, die langzaam door het apparaat (in de vorm van een ring) heen wordt geschoven. Vanuit een groot aantal hoeken rondom je lichaam wordt een hoeveelheid röntgenstraling uitgezonden, en vervolgens wordt in kleine stappen gemeten hoeveel straling is doorgelaten. De CT-scanner maakt daardoor een groot aantal foto’s. Van de vele dwarsdoorsneden wordt uiteindelijk door de computer een driedimensionale weergave gemaakt. Hierop kan de tumor en de relatie met organen en bloedvaten bekeken worden. Ook kunnen eventuele uitzaaiingen opgespoord worden zodat het stadium van de ziekte bepaald kan worden.
Om bloedvaten duidelijk zichtbaar te maken is het vaak nodig om een contrastvloeistof te gebruiken. Hierdoor is te zien of de tumor is doorgegroeid in omliggende organen, wat de relatie is met omliggende bloedvaten en of er uitzaaiingen zijn naar andere delen van het lichaam. De contrastvloeistof krijg je als drank of via een infuus aangeboden. De contrastvloeistof veroorzaakt soms een warm en weeïg gevoel, maar is niet schadelijk. Om misselijkheid te voorkomen, wordt vaak geadviseerd om enkele uren voor het onderzoek niet meer te eten of drinken.
MRI-scan
Bij galwegkanker heeft een MRI-scan een vergelijkbare waarde als een CT-scan. Deze scans worden soms allebei verricht om elkaar aan te vullen.
Een MRI-scan komt op veel punten overeen met een CT-scan. Het grote verschil is echter dat in plaats van röntgenstraling, bij een MRI magnetische straling wordt gebruikt. Hierdoor is een MRI minder schadelijk dan een CT-scan. Het nadeel van een MRI-scan is dat de MRI-scanner veel groter is en veel lawaai maakt. Een MRI-scan is niet geschikt voor personen die metalen in hun lichaam hebben, deze worden aangetrokken door de magnetische straling. Daarnaast is de MRI niet geschikt voor mensen met claustrofobie.
Endoscopie (ERCP)
Tijdens een ERCP wordt met een endoscoop in het lichaam gekeken. De endoscoop is een dunne, flexibele bestuurbare slang met aan het einde een lampje en een camera. De endoscoop wordt via de slokdarm en de maag tot aan het begin van de dunne darm ingebracht. Daar zit de gezamenlijke uitgang van de galwegen en de alvleesklier. Via de endoscoop kunnen verschillende handelingen worden uitgevoerd. Ten eerste kan met een endoscoop de binnenkant van de darm worden bekeken. Door de endoscoop kan ook een contrastvloeistof in de afvoerbuis van de alvleesklier worden gespoten om een duidelijker beeld te krijgen. Verder kunnen door de endoscoop ook cellen worden weggehaald, dit gebeurt door middel van een klein borsteltje. De cellen kunnen dan worden onderzocht onder de microscoop. Tot slot is het ook mogelijk om met de endoscoop een buisje (stent) in de galwegen te plaatsen, als bijvoorbeeld de tumor de galgang dichtdrukt. Zo kan de gal weer naar de dunne darm stromen en verdwijnt de geelzucht.
Kijkoperatie (laparoscopie)
Bij een kijkoperatie wordt er in de buikholte gekeken om te beoordelen of er geen uitzaaiingen van de tumor in de buikholte of de lever aanwezig zijn. De kijkoperatie wordt ook wel laparoscopie genoemd: in de buik (laparo) kijken (scopie). Dit onderzoek wordt alleen uitgevoerd wanneer er twijfels bestaan of de tumor geopereerd kan worden. Op basis van dit onderzoek bepaalt de chirurg of een operatie om de tumor te verwijderen mogelijk is. Wanneer al uit eerdere onderzoeken is gebleken dat de tumor te opereren is, zal dit onderzoek niet uitgevoerd worden en zal er direct een operatie gepland worden.
Om de kijkoperatie uit te voeren, wordt een wondje onder de navel gemaakt. Via deze wond wordt met een dunne naald koolzuurgas in de buikholte gebracht, hierdoor komt de buikwand los van de organen. Daarna wordt de kijkbuis ingebracht en aangesloten op een videocamera. Hierdoor wordt het operatiegebied zichtbaar op een monitor. Om ook operatie-instrumenten in de buik te plaatsen, worden ook op andere plekken toegangen gemaakt. Met deze instrumenten kunnen bijvoorbeeld biopten of puncties worden genomen als weefsel of cellen verder onderzocht moeten worden onder de microscoop.
Stadiëring
Om vervolgens een behandelplan op te stellen voor galwegkanker, moet je specialist eerst het stadium van de tumor bepalen. Dit wordt gedaan aan de hand van de plaats en grootte van de tumor, de mate van doorgroei in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen naar lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam. Deze factoren zijn belangrijk voor het opstellen van een goed behandelplan.
(Bron: vumc.nl)
Behandeling
Doel van behandeling van galwegkanker
De behandeling van galwegkanker kan verschillende doelen hebben: allereerst zal geprobeerd worden de ziekte te genezen, maar als dat helaas niet haalbaar is, zal de behandeling gericht zijn op vermindering van klachten. Als een behandeling het doel heeft om te genezen, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Een behandeling gericht op curatie geeft echter geen garantie op genezing. Daarom worden naast de belangrijkste behandeling, een operatie, ook nog aanvullende behandelingen gegeven. Dit noemen we adjuvante behandelingen. Als bijvoorbeeld een tumor wordt weggehaald door middel van een operatie, dan kan het zijn dat u daarna nog chemotherapie krijgt. Deze aanvullende behandeling heeft het doel om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden. Ook kan het soms zinvol zijn om adjuvante behandelingen juist voor de operatie te geven. Dit wordt dan een neo-adjuvante behandeling genoemd. Wanneer nodig zal de specialist dit met u bespreken.
Als galwegkanker niet meer te genezen is, kan een palliatieve behandeling worden gestart. Deze soort behandeling richt zich op het afremmen van de groei van de tumor door middel van chemotherapie, maar kan ook alleen bedoeld zijn om bepaalde klachten te verminderen of te voorkomen.
De behandelingen in de ziekenhuizen zijn gebaseerd op de landelijke richtlijnen van het Integraal Kankercentrum Nederland. Deze richtlijnen kun je hier vinden.
Behandelopties voor galwegkanker
Bij het opstellen van een behandelplan voor galwegkanker zijn verschillende factoren belangrijk: het stadium van de aandoening, de plaats, grootte en vorm van de tumor en uw lichamelijke conditie. Afhankelijk van deze factoren zijn er verschillende behandelopties:
- plaatsen van een stent, wanneer er een reden (indicatie) voor is.
- operatie.
- chemotherapie.
- radiotherapie.
Stentplaatsing
Het gebeurt vaak dat de tumor de galwegen dicht drukt. Een blokkade van de galafvoer kan worden opgeheven door een metalen of kunststof buisje (stent) te plaatsen in de galweg. Dit gebeurt tijdens een endoscopie, een ERCP. In het geval van galwegkanker wordt de stent in de galwegen geplaatst. Hierdoor houdt het buisje de galwegen open en kan de gal weer naar de dunne darm stromen. Voor het plaatsen van een stent hoeft u niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.
De stent kan verstopt raken waardoor de geelzucht terugkomt en/of hoge koorts optreedt. In dat geval moet de stent worden vervangen door middel van een endoscopie.
Ook kan het voorkomen dat het niet meer mogelijk is om een stent te plaatsen. In dit geval zal een Percutane Transhepatische Cholangiografie Drainage (PTCD) worden aangelegd. Dit wordt ook wel een galwegdrainage genoemd. Tijdens deze procedure wordt er via de huid en met behulp van een echografie een slangetje aangelegd in de galwegen. Door middel van dit slangetje kan gal alsnog worden afgevoerd. De gal wordt dan opgevangen in een zakje dat aan uw lichaam wordt bevestigd. Dit gebeurt op de afdeling radiologie door een interventieradioloog.
Voor deze behandeling krijgt u een verdoving en een roesje. De PTCD behandeling duurt vervolgens 30-60 minuten.
Operatie
Het doel van een operatie bij galwegkanker is om de tumor met aangrenzend weefsel zo goed mogelijk te verwijderen. Dit is alleen mogelijk als de tumor plaatselijk niet al te uitgebreid is en als er geen uitzaaiingen naar andere organen zijn. In ongeveer 44% van de gevallen kan een operatie plaatsvinden.
Bij een tumor in het onderste deel van de galweg zal tijdens de operatie de kop van de alvleesklier, de galblaas, de twaalfvingerige darm en een deel van de galwegen verwijderd worden. Deze operatie heet een Whipple operatie, of ook wel Pylorus Preserving Pancreatico Duodenectomie (PPPD). Ook worden lymfeklieren rondom de galwegen verwijderd. Vervolgens worden alle organen weer met de darm verbonden zodat de verteringsappen weer bij het voedsel kunnen komen. Zie onderstaande figuren en de video.
Wat verwijdert de chirurg?

Het witte gedeelte wordt verwijderd.
Wat is het resultaat?

Video operatie bij kanker aan de alvleesklier – Whipple operatie
De Whipple-operatie is ingrijpend en duurt gemiddeld 4 uur. Het is daarom belangrijk dat uw conditie goed is. Na de operatie verblijft u gemiddeld 7 dagen in het ziekenhuis. De duur hiervan hangt er voornamelijk van af of u complicaties van de operatie ondervindt.
Een operatie is de beste optie maar helaas niet zaligmakend. Van degenen met distale galwegkanker die een operatie hebben gehad is na 5 jaar nog 24% in leven.
Chemotherapie
Als een operatie bij galwegkanker niet mogelijk is kan chemotherapie overwogen worden. Chemotherapie is een behandeling die als doel heeft kankercellen te doden. Bij galwegkanker is de behandeling met chemotherapie vaak palliatief. Dit wil zeggen dat de behandeling zich vooral richt op het remmen van de groei van de tumor, waardoor de klachten worden verminderd.
Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Bij distale galwegkanker is dat meestal een combinatie van gemcitabine en cisplatin. De meeste chemotherapie wordt toegediend via een infuus.
Chemotherapie kan naast kankercellen ook gezonde cellen aantasten. Daardoor kunnen bijwerkingen optreden. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn haaruitval, misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid en een verhoogd risico op infecties. De bijwerkingen zijn voor iedere chemotherapie verschillend en zullen ook per persoon verschillen. Uw arts zal de gevolgen van de chemotherapie uitgebreid met u bespreken.
Radiotherapie
Radiotherapie heeft een beperkte rol bij de behandeling van galwegkanker. Uitwendige bestraling wordt in sommige gevallen uitgevoerd als de tumor gaat bloeden en er geen chirurgische behandelingsmogelijkheden zijn. Ook kan bestraling zinvol zijn ter bestrijding van de pijn bij een doorgegroeide tumor of bij pijnlijke uitzaaiingen. Een korte serie bestralingen (1 of 2 x) volstaat hier meestal voor. Ook voor bestralingen die gericht zijn op klachtenverlichting wordt er vooraf een CT-scan gemaakt om het bestralingsgebied nauwkeurig aan te tekenen en de dosis te berekenen.
Tijdens radiotherapie wordt de tumor radioactief bestraald van buitenaf. Kankercellen kunnen slechter tegen de straling dan gezonde cellen. Door de radioactieve straling raken de tumorcellen beschadigd en gaan ze kapot. Door de radiotherapie wordt de tumorgroei verminderd en is er een mogelijkheid dat de tumor kleiner wordt.
De straling wordt zo veel mogelijk gericht op de tumor. Het is echter niet te voorkomen dat ook gezonde cellen worden bestraald. Hierdoor krijgt u te maken met bijwerkingen. Over het algemeen zorgt radiotherapie vaak voor vermoeidheid. Daarnaast kan de bestraalde huid rood worden. Dit gaat gepaard met jeuk en een branderig gevoel. Bij bestraling in het gebied van de maag krijgen patiënten vaak misselijkheidklachten. Uw radiotherapeut kan hiervoor medicijnen voorschrijven. Verder kunt u last krijgen van uw darmen. Dit kan zich uiten in diarreeklachten. Radiotherapie vindt doorgaans meerdere keren per week plaats. Opname in het ziekenhuis is niet nodig.
Nieuwe behandelingen
Soms kun je een behandeling krijgen waar artsen nog onderzoek naar doen. Bijvoorbeeld een nieuwe behandeling, of een combinatie van behandelingen. Dit gebeurt dan in een wetenschappelijk onderzoek. Het heet een trial. Een overzicht van alle trials in en rondom de alvleesklier vind je hier.
Expertcentra
Het is belangrijk dat je naar een ziekenhuis gaat dat veel ervaring met de behandeling van distale galwegkanker heeft. Want, hoe vaker een arts (en een ziekenhuis) een bepaalde behandeling uitvoert, hoe beter hij of zij er in wordt.
Mocht je in aanmerking komen voor een operatie, dan word je doorverwezen naar een van de ziekenhuizen in Nederland dat gespecialiseerd is in dit soort operaties.
Omgaan met galwegkanker
Vanaf het moment dat je te horen krijgt dat je mogelijk galwegkanker hebt, krijg je te maken met grote onzekerheden. Hiermee omgaan is niet vanzelfsprekend. De periode van onderzoeken en behandelingen zijn erg zwaar, maar ook na de behandeling moet je leren leven met je nieuwe situatie. Dit geldt niet alleen voor jou als patiënt, maar ook voor je familie, vrienden en eventuele partner en kinderen. Er zijn organisaties die jou en je omgeving kunnen ondersteunen bij het leren leven met kanker, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Je kunt hiervoor bij je arts of verpleegkundig specialist informeren.
Vermoeidheid
Vermoeidheid is een veelvoorkomende klacht bij galwegkankerkanker. Deze vermoeidheid wordt veroorzaakt door de kanker zelf, maar kan daarnaast ook een gevolg zijn van de behandeling en kan verergerd worden door een slechte nachtrust door pijn of stress. De vermoeidheid bij galwegkanker is geen ‘normale’ vermoeidheid, zoals gezonde mensen die ervaren. Het is een diepere en meer ingrijpende vermoeidheid, die een flinke impact op je dagelijks leven, relaties en op je werk kan hebben. Een oncologisch fysiotherapeut kan je hierbij helpen. Van (matig) bewegen kun je meer energie krijgen en daarnaast kan beweging ook afleiding bieden. Er zijn verschillende revalidatieplekken en inloophuizen die zich hierop richten. Soms kan medicatie ook helpen om de vermoeidheid te verminderen. Je arts kan je hier meer informatie over geven.
Jeuk door galwegkanker
Heftige jeuk is een veelvoorkomende klacht bij mensen met galwegkanker. Deze jeuk kan zich verspreiden over het hele lichaam. De behandeling van jeuk is afhankelijk van de oorzaak.
Jeuk bij galwegkanker kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door geelzucht. Als er nog geen stent in de galwegen geplaatst is, zal deze waarschijnlijk geplaatst moeten worden.
Een paar tips bij jeuk (van lotgenoten):
- douche of bad met lauwwarm en niet te lang.
- droog je huid na het douchen of baden niet af, maar dep zachtjes met een handdoek.
- gebruik badolie in plaats van zeep.
- houd je huid goed vet, voorkom uitdroging.
- gebruik neutraal wasmiddel.
- probeer huidbeschadiging en irritaties te voorkomen.
- houd je nagels kort om huidbeschadigingen (’s nachts) te voorkomen.
- smeer mentholzalf op de jeukende plekken, of
- strooi mentholpoeder op de jeukende plekken. Voordeel van poeder is dat je het strooit en de huid niet hoeft aan te raken.
- draag kleding van natuurlijke materialen, liefst zacht katoen. Geen wasverzachter gebruiken maar drogen in de droger of buiten aan de lijn zodat de kleding toch zacht is.
(Bron: zeldzamekankers.nl)
Voeding
Een behandeling kan veel van je vergen. Het is daarom belangrijk dat je voldoende energie,
vocht, voedingstoffen en eiwitten binnenkrijgt. Doordat je misschien misselijk bent, pijn hebt
of moet overgeven kan het moeilijk zijn om voldoende voedingsstoffen tot je te nemen. Op de polikliniek beoordeelt de verpleegkundig specialist hoe het met je gewicht en
voedingstoestand gesteld is. Hij/zij zal je, indien nodig, in contact brengen met een diëtist.
Samen met de diëtist bekijk je wat je eet en welke voedingsstoffen je mogelijk tekort komt. Het is vooral belangrijk dat je voldoende eiwitten binnenkrijgt. Dit zijn de belangrijkste bouwstenen voor je lichaam. Daarnaast is het belangrijk dat je voldoende vocht binnen krijgt, om de afvalstoffen uit je lichaam te spoelen.
De diëtist zal samen met jou een plan opstellen, zodat je gedurende je behandeling en ziekte in een zo goed mogelijke voedingstoestand blijft.
(Bron: Amsterdam UMC)
Bewegen
Beweging en eiwitten versterken elkaars werking. Bij training worden je spieren geprikkeld om op te bouwen, en eiwitten leveren de bouwstoffen voor deze spiergroei. Alle vormen van
beweging zijn zinvol zoals wandelen, fietsen, huishoudelijk werk of tuinieren. Ook als je nog niet zo goed kunt bewegen kun je vanuit een stoel of zelfs op bed oefeningen doen. Een
fysiotherapeut kan je daarbij advies geven. Er zijn fysiotherapeuten die hierin gespecialiseerd zijn. Kijk op www.onconet.nu voor meer informatie.
(Bron: Amsterdam UMC)
Omgaan met de diagnose
Vanaf het moment dat je te horen krijgt dat je mogelijk kanker hebt, krijg je te maken met grote onzekerheden. Hiermee omgaan is niet vanzelfsprekend. De periode van onderzoeken en behandelingen zijn erg zwaar, maar ook na de behandeling moet je leren leven met jouw nieuwe situatie. Dit geldt niet alleen voor jou als patiënt, maar ook voor jouw familie, vrienden en eventuele partner en kinderen. Er zijn organisaties die jou en jouw omgeving kunnen ondersteunen bij het leren leven met kanker, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Op deze website vind je hierover meer informatie onder hoe je je kunt voelen, of stel je vragen aan jouw (huis)arts.
Webinar over neuro-endocriene tumoren (NET) in en rond de alvleesklier
Living With Hope organiseerde in oktober 2025 het webinar neuro-endocriene tumoren (NET) in en rond de alvleesklier. Prof. dr. Els Nieveen van Dijkum, endocrien chirurg bij Amsterdam UMC, gaf informatie en beantwoordde vragen van deelnemers.
Van dit webinar NET is een video gemaakt. De informatie in deze video is interessant voor mensen met een neuro-endocriene tumor of neuro-endocrien carcinoom in de alvleesklier, papil van Vater, distale galweg of twaalfvingerige darm.
Bekijk de video hieronder.

