Skip to content

Kanker van de dunne darm is zeer zeldzaam. Van deze tumoren lijkt het merendeel voor te komen in de twaalfvingerige darm. Per jaar krijgen zo’n 180 mensen de diagnose kanker aan de twaalfvingerige darm. Op deze pagina vind je informatie over kanker aan de twaalfvingerige darm.

Wat doet de twaalfvingerige darm?

De twaalfvingerige darm ofwel het duodenum vormt het begin van de dunne darm en is via het maagportier (de pylorus) verbonden met de maag. Hij dankt zijn naam aan zijn lengte van 20 tot 25 centimeter, een equivalent van 12 vingerbreedtes. De twaalfvingerige darm ligt rond de kop van de alvleesklier gedraaid.

Een belangrijke functie van de twaalfvingerige darm is het neutraliseren van de zuurgraad van de voedselbrij die uit de maag komt. De alvleesklier produceert waterstofcarbonaat, dat de pH weer omhoog brengt naar waarden die niet schadelijk zijn voor de darmen. Dit komt via de papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht. Daarnaast produceert de pancreas ook nog verteringsenzymen, zoals trypsine, lipase en amylase.
Ook wordt in de twaalfvingerige darm gal toegevoegd aan het voedsel, afkomstig van de lever en de galblaas. De twaalfvingerige darm geeft samen met het verderop gelegen deel van de dunne darm cholecystokinine af, wat voor samentrekking van de galblaas zorgt.

Hoe ontstaat kanker aan de twaalfvingerige darm?

Kanker van de dunne darm is zeer zeldzaam. Het grootste deel van deze tumoren lijkt voor te komen in de twaalfvingerige darm. Per jaar krijgen zo’n 180 mensen de diagnose kanker aan de twaalfvingerige darm. Mannen iets vaker dan vrouwen. De meeste mensen zijn ouder dan 60 jaar als ze de diagnose krijgen.

Losgeraakte kankercellen kunnen via het bloed uitzaaien naar lymfeklieren en naar andere organen (lever en longen). Als de tumor door de darmwand heen groeit, kunnen tumorcellen ook uitzaaien in de buikholte en op het buikvlies en andere buikorganen nestelen. Bij een gevorderde dunne darm tumor kan een gat in de darmwand of verstopping ontstaan, waarvoor een spoedoperatie nodig kan zijn.

De overlevingskansen hangen er sterk vanaf of de tumor door middel van een operatie verwijderd kan worden. Gemiddeld is vijf jaar na de diagnose nog ongeveer 73% van de patiënten in leven. Als er uitzaaiingen zijn, is de prognose veel slechter.

Ook neuro-endocriene tumoren (NET) kunnen voorkomen in de twaalfvingerige darm. In totaal krijgen zo’n 300 mensen per jaar de diagnose van een NET in (gehele) dunne darm.

Wat zijn risicofactoren van kanker aan de twaalfvingerige darm?

De directe oorzaak van dunne darmkanker is onbekend. Wel zijn er een aantal factoren die het risico op dunne darmkanker verhogen:

  • hoge consumptie van rood vlees en dierlijk vet.
  • hoge consumptie van suiker.
  • lage consumptie van groente en fruit.
  • roken.
  • hoog alcoholgebruik.
  • overgewicht.

Dunne darmkanker, met name in de twaalfvingerige darm, kan ook voorkomen bij erfelijke ziekten, waarvan de belangrijkste familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is. Ook is het bekend dat mensen met de ziekte van Crohn en coeliakie een verhoogd risico hebben op dunne darmkanker.

Wat zijn symptomen van kanker aan de twaalfvingerige darm?

Een dunne darmtumor groeit meestal langzaam. Daardoor blijft de tumor lang onopgemerkt. Er ontstaan vaak pas klachten als de tumor door de darmwand heen groeit of uitzaait naar andere plekken in het lichaam. Klachten die vaak voorkomen bij dunne darmkanker:

  • misselijkheid.
  • opgeblazen gevoel.
  • buikpijn.
  • slapheid en vermoeidheid.
  • bloed in ontlasting (waardoor de ontlasting erg donker wordt).
  • pijnlijke krampen en een gorgelend geluid (door afsluiting van de darm).
  • geelzucht.
  • jeuk.
  • gewichtsverlies.

Wat onderzoekt de arts bij mogelijke kanker aan de twaalfvingerige darm?

Als er een verdenking is van een tumor in de twaalfvingerige darm, kan de arts verschillende onderzoeken voorstellen:

  • CT-scan: een röntgenonderzoek waarbij je ligt op een tafel die langzaam door een kokervormige buis schuift. Vaak drink je vooraf een speciale contrastvloeistof. Met de CT- en MRI-scan kan de arts ook zien of er uitzaaiingen zijn.
  • endoscopie: via een dunne slang bekijkt de arts de binnenkant van de dunne darm.
  • MRI-scan: dit onderzoek werkt met magnetische golven. Je ligt op een tafel die langzaam door een tunnel schuift. Soms krijg je een contrastvloeistof ingespoten.

Niet alle onderzoeken hoeven van toepassing te zijn voor jou. Jouw arts bepaalt welke onderzoeken nodig zijn om de diagnose te kunnen stellen.

CT-scan

Bij kanker aan de twaalfvingerige darm wordt een CT-scan van buik en borstkas gemaakt. Een CT-scan wordt ingezet als onderzoek om de exacte plaats en omvang van de tumor vast te stellen. Ook kan eventuele betrokkenheid van omliggende organen, vergrote lymfeklieren en de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen in bijvoorbeeld de lever en longen in beeld worden gebracht.

CT staat voor computertomograaf. Door middel van röntgenstraling worden met dit apparaat organen en weefsels gedetailleerd in beeld gebracht. Tijdens het onderzoek ligt u op een beweegbare tafel, die langzaam door het apparaat (in de vorm van een ring) heen wordt geschoven. Vanuit een groot aantal hoeken rondom uw lichaam wordt een hoeveelheid röntgenstraling uitgezonden en vervolgens wordt in kleine stappen gemeten hoeveel straling is doorgelaten. De CT-scanner maakt daardoor een groot aantal foto’s. Van de vele dwarsdoorsneden wordt uiteindelijk door de computer een driedimensionale weergave gemaakt. Hierop kunnen organen, bloedvaten, tumoren en eventuele uitzaaiingen bekeken worden.

Om bloedvaten duidelijk zichtbaar te maken is het vaak nodig om een contrastvloeistof te gebruiken. Hierdoor is te zien of de tumor is doorgegroeid in omliggende organen, wat de relatie is met omliggende bloedvaten en of er uitzaaiingen zijn naar andere delen van het lichaam. De contrastvloeistof krijg je in drinkbare vorm of via een infuus aangeboden. De contrastvloeistof wordt soms ervaren als een warm en weeïg gevoel, en is niet schadelijk. Om misselijkheid te voorkomen, wordt vaak geadviseerd om enkele uren voor het onderzoek niet meer te eten of drinken.

Endoscopie

Een endoscopie wordt ingezet als onderzoek om de dunne darm van binnen te kunnen bekijken. Tijdens een endoscopie wordt met een dunne buis of slang in het lichaam gekeken. De slang wordt via de slokdarm en de maag tot aan de dunne darm ingebracht. Via de buis kunnen verschillende handelingen worden uitgevoerd. Met de standaard endoscoop kan het eerste en laatste deel van de dunne darm worden bekeken. Door de endoscoop kan ook een contrastvloeistof in de darm worden gespoten om een duidelijker beeld te krijgen. Verder kunnen met de endoscoop ook cellen of weefsel worden weggehaald. Dit materiaal kan vervolgens verder worden onderzocht.

(Bron: amc.nl)

Een endoscopie is een dagbehandeling. Je hoeft niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.

MRI-scan

De dunne darm kan met een speciaal MRI-onderzoek (MRI-enteroclyse) gedetailleerd in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ook via een neussonde contrastvloeistof toegediend in de darm.
Een MRI-scan komt op veel punten overeen met een CT-scan. Het grote verschil is echter dat in plaats van röntgenstraling, bij een MRI magnetische straling wordt gebruikt. Hierdoor is een MRI minder schadelijk dan een CT-scan. Het nadeel van een MRI-scan is dat het de MRI-scanner veel groter is en veel lawaai maakt. Een MRI-scan is niet geschikt voor personen die metalen in hun lichaam hebben, deze worden aangetrokken door de magnetische straling.

Welke behandelingen zijn er bij kanker aan de twaalfvingerige darm?

De behandeling van kanker in de twaalfvingerige kan twee doelen hebben: genezen of vermindering van klachten. Als een behandeling het doel heeft om te genezen, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Naast de primaire behandeling zijn er ook nog aanvullende behandelingen (adjuvante behandelingen). Als bijvoorbeeld een tumor wordt weggehaald door middel van een operatie, dan kan het zijn dat je daarna ook chemotherapie krijgt. Deze aanvullende behandeling heeft het doel om mogelijke niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden.

Als kanker aan de twaalfvingerige darm niet (meer) te genezen is, kan een palliatieve behandeling worden gestart. Deze soort behandeling richt zich op het remmen van de aandoening en/of vermindering of voorkomen van klachten.
Een operatie is op dit moment de enige behandeling waarvan het nut wetenschappelijk is bewezen. Soms wordt er als aanvullende behandeling chemotherapie gegeven, maar het effect van deze behandeling is nog niet bekend. Bij het opstellen van een behandelplan voor dunne darmkanker zijn verschillende factoren belangrijk: het stadium van de aandoening, de plaats, grootte en eventuele doorgroei van de tumor, voorafgaande buikoperaties en uw lichamelijke conditie.

Omdat de aantallen patiënten klein zijn, is er voor artsen geen behandelingsrichtlijn specifiek voor kanker aan de twaalfvingerige darm. Artsen volgen veelal de richtlijn voor colorectaal carcinoom.

Operatie

Bij een operatie voor kanker aan de twaalfvingerige darm wordt het gedeelte van de darm met daarin de tumor en bijbehorende lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten verwijderd. Vaak ook een gedeelte van de alvleesklier worden verwijderd. Dit heet een Whipple operatie.

De operatie wordt, wanneer technisch mogelijk, via een kijkoperatie uitgevoerd. Dit versnelt het herstel na de operatie. Na verwijdering van het darmgedeelte met de tumor worden de uiteinden van de dunne darm weer aan elkaar gehecht. Als ook een deel van de alvleesklier is verwijderd moeten ook de galweg en afvoergang van de alvleesklier weer worden ingehecht op de dunne darm. In uitzonderingsgevallen kan worden besloten om een tijdelijk of blijvend stoma aan te leggen, meestal als de operatie vanwege een spoedindicatie wordt uitgevoerd.

Bij een stoma wordt het uiteinde van de darm door de buikwand naar buiten gebracht en in de huid van de buik ingehecht. Een stoma heeft echter geen sluitspier, waardoor er geen controle is over de ontlasting. Daarom wordt er over het stoma een zakje geplakt om de ontlasting op te vangen. Bij een tijdelijk stoma kan na enkele maanden worden besloten om het stoma te verwijderen en de darm weer te herstellen.

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met kanker-remmende medicijnen, cytostatica. Chemotherapie kan zowel curatief als palliatief worden gegeven. Chemotherapie als palliatieve behandeling richt zich vooral op het kortdurend remmen van de aandoening, waardoor de klachten worden verminderd.

Een in opzet curatieve chemotherapie wordt voor of na een operatie gebruikt. Vóór een operatie (neo-adjuvant) is het doel van de chemotherapie om de tumor kleiner te maken, zodat deze daarna makkelijker kan worden verwijderd tijdens de operatie. Als chemotherapie wordt ingezet na een operatie, is dit meestal om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen te doden.

Er zijn verschillende soorten cytostatica die elk een eigen werking hebben. Sommige cytostatica remmen de celdeling, waardoor de tumor minder hard groeit. Andere cytostatica doden kankercellen. Vaak worden combinaties van medicijnen gegeven. De chemotherapie wordt toegediend via injecties, tabletten of infuus. Via het bloed kunnen de medicijnen snel door het lichaam bewegen en de kankercellen bereiken.

De cytostatica worden vaak eenmaal per week toegediend, gedurende enkele weken. Hierna volgt dan een rustperiode. De cytostatica tasten naast kankercellen vaak ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn haaruitval, misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid en een verhoogd risico op infecties. De bijwerkingen verschillen per type en hoeveelheid cytostatica en per persoon. Voor enkele bijwerkingen zijn ook medicijnen verkrijgbaar. Je arts zal de gevolgen van de chemotherapie uitgebreid met je bespreken.

Nieuwe behandelingen

Soms kun je een behandeling krijgen waar artsen nog onderzoek naar doen. Bijvoorbeeld een nieuwe behandeling, of een combinatie van behandelingen. Dit gebeurt dan in een wetenschappelijk onderzoek. Dat heet een trial. Een overzicht van alle trials in en rondom de alvleesklier vind je hier.

Expertcentra bij kanker aan de twaalfvingerige darm

Het is belangrijk dat je naar een ziekenhuis gaat dat veel ervaring met de behandeling van jouw soort kanker heeft. Want, hoe vaker een arts (en een ziekenhuis) een bepaalde behandeling uitvoert, hoe beter hij of zij er in wordt.
Mocht je in aanmerking komen voor een operatie, dan word je doorverwezen naar een van de ziekenhuizen in Nederland dat gespecialiseerd is in dit soort operaties.

Hoe omgaan met de diagnose kanker aan de twaalfvingerige darm?

Vanaf het moment dat je te horen krijgt dat je mogelijk kanker hebt, krijg je te maken met grote onzekerheden. Hiermee omgaan is niet vanzelfsprekend. De periode van onderzoeken en behandelingen zijn erg zwaar, maar ook na de behandeling moet je leren leven met jouw nieuwe situatie. Dit geldt niet alleen voor jou als patiënt, maar ook voor jouw familie, vrienden en eventuele partner en kinderen. Er zijn organisaties die jou en jouw omgeving kunnen ondersteunen bij het leren leven met kanker, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Op deze website vind je hierover meer informatie onder hoe je je kunt voelen, of stel je vragen aan jouw (huis)arts.

Webinar over neuro-endocriene tumoren (NET) in en rond de alvleesklier

Living With Hope organiseerde in oktober 2025 het webinar neuro-endocriene tumoren (NET) in en rond de alvleesklier. Prof. dr. Els Nieveen van Dijkum, endocrien chirurg bij Amsterdam UMC, gaf informatie en beantwoordde vragen van deelnemers.
Van dit webinar NET is een video gemaakt. De informatie in deze video is interessant voor mensen met een neuro-endocriene tumor of neuro-endocrien carcinoom in de alvleesklier, papil van Vater, distale galweg of twaalfvingerige darm.
Bekijk de video hieronder.

Veel gestelde vragen en antwoorden

De twaalfvingerige darm ofwel het duodenum vormt het begin van de dunne darm en is via het maagportier verbonden met de maag. Een belangrijke functie van de twaalfvingerige darm is het neutraliseren van de zuurgraad van de voedselbrij die uit de maag komt. Ook wordt in de twaalfvingerige darm gal toegevoegd aan het voedsel, afkomstig van de lever en de galblaas. De twaalfvingerige darm geeft samen met het verderop gelegen deel van de dunne darm cholecystokinine af, wat voor samentrekking van de galblaas zorgt.

Een dunne darmtumor groeit meestal langzaam. Er ontstaan vaak pas klachten als de tumor door de darmwand heen groeit of uitzaait naar andere plekken in het lichaam. Klachten die vaak voorkomen bij dunne darmkanker zijn misselijkheid, opgeblazen gevoel, buikpijn, slapheid en vermoeidheid.

Als er een verdenking is van een tumor in de twaalfvingerige darm, kan de arts verschillende onderzoeken voorstellen:

  • CT-scan: een röntgenonderzoek waarbij je ligt op een tafel die langzaam door een kokervormige buis schuift. Vaak drink je vooraf een speciale contrastvloeistof. Met de CT- en MRI-scan kan de arts ook zien of er uitzaaiingen zijn.
  • endoscopie: via een dunne slang bekijkt de arts de binnenkant van de dunne darm.
  • MRI-scan: dit onderzoek werkt met magnetische golven. Je ligt op een tafel die langzaam door een tunnel schuift. Soms krijg je een contrastvloeistof ingespoten.
Back To Top