Insulinoom kan ontstaan als een tumor te veel insuline aanmaakt. Op deze pagina vind je informatie over wat een insulinoom is, welke klachten je kunt hebben en welke behandelingen er zijn.
- Wat is insulinoom?
- Wat zijn symptomen insulinoom?
- Kan insulinoom uitzaaien?
- Welk onderzoek bij mogelijke insulinoom?
- Welke behandeling als er geen uitzaaiingen zijn?
- Welke behandeling als er wel uitzaaiingen zijn?
- Wat is van belang voor en na de operatie?
- Gedragsverandering en verwardheid.
Wat is insulinoom?
In de alvleesklier zitten neuro-endocriene cellen die insuline maken. Als deze cellen ongecontroleerd groeien, kan een neuro-endocriene tumor (NET) ontstaan. Als een tumor te veel insuline aanmaakt dan noem je dat een insulinoom. Een insulinoom kan veel klachten veroorzaken.
Wat zijn symptomen insulinoom?
De neuro-endocriene cellen in de alvleesklier maken insuline aan. Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat de suiker uit voeding wordt opgeslagen in de lever en in de spieren. Zo leg je een energievoorraad aan. Als je enige tijd niet eet kan deze voorraad suiker worden gebruikt.
Een insulinoom maakt extra insuline aan. Te veel insuline veroorzaakt een lage bloedsuikerspiegel, de medische term daarvoor is hypoglykemie. Hierdoor wordt te veel suiker opgeslagen en is er minder suiker beschikbaar als brandstof om je spieren en organen te laten functioneren.
Dit kan veel klachten veroorzaken zoals:
- zweten met bleekheid.
- hoofdpijn.
- trillen of beven.
- zichtproblemen.
- hartkloppingen.
- duizeligheid en flauwvallen (in het uiterste geval coma).
- verwardheid.
- slechte concentratie.
- gedragsverandering (slecht humeur, prikkelbaar).
Niet alle mensen met een insulinoom hebben deze klachten. Daarnaast kunnen de klachten op verschillende momenten voorkomen. Sommige mensen hebben met name veel klachten als ze een tijd niet eten. Dus bijvoorbeeld ’s nachts en ’s ochtends bij het wakker worden. Anderen hebben juist veel klachten na het eten.
De grootte van het insulinoom zegt niets over de hoeveelheid insuline of de klachten die het insulinoom veroorzaakt.
Kan insulinoom uitzaaien?
Het grootste deel van de insulinomen veroorzaakt geen uitzaaiingen in de rest van het lichaam. Als het mogelijk is om het insulinoom met een operatie te verwijderen, dan is de patiënt genezen en verdwijnen ook de klachten.
Minder dan tien procent van de insulinomen zaait uit naar lymfeklieren, lever, botten en eventueel longen. In deze gevallen is genezing niet meer mogelijk.
Insulinomen komen meestal enkelvoudig voor. Dat wil zeggen dat er meestal maar één insulinoom op of in de alvleesklier zit. Bij mensen met het erfelijke MEN-1 syndroom (Multiple Endocriene Neoplasie type 1) kunnen er in de alvleesklier meer insulinomen voorkomen.
Welk onderzoek bij mogelijke insulinoom?
De diagnose insulinoom wordt gesteld door bloedonderzoek. Als iemand tijdens een lage bloedsuikerspiegel een hoge insulinespiegel heeft, dan duidt dit op een insulinoom.
Soms is extra onderzoek nodig door middel van een vastenproef. Voor een vastenproef wordt je 72 uur opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijg je een infuus en worden regelmatig de bloedwaarden getest. Als in deze periode de combinatie van lage bloedsuiker en hoge insulinespiegel optreedt, bewijst dit de aanwezigheid van een insulinoom.
Als er aanwijzingen zijn dat iemand een insulinoom heeft, dan is de volgende stap het bepalen van de plaats waar het insulinoom zich precies bevindt in of op de alvleesklier. Dit wordt gedaan met beeldvormend onderzoek zoals: een echografie (een geluidsonderzoek van de buik), een CT-scan of een MRI-scan. Deze scans zijn ook van belang om te bepalen of er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn en hoe groot deze zijn.
Insulinomen zijn vaak kleine tumoren en het kan erg lastig zijn om ze in beeld te brengen. Soms is ook een endoscopische echografie (EUS) nodig. Dat is een geluidsonderzoek waarbij de arts met een scoop via de dunne darm een geluidsonderzoek maakt van de alvleesklier.
Daarnaast kan met dit EUS-onderzoek ook een stukje weefsel (biopt) worden genomen voor pathologisch onderzoek om te bepalen om welke soort tumor het gaat.
Heel soms is het insulinoom zo lastig te vinden, dat meer of herhaalde onderzoeken nodig zijn.
Welke behandeling als er geen uitzaaiingen zijn?
Als de plaats van het insulinoom in of op de alvleesklier bekend is, wordt er vaak besloten om het insulinoom via een operatie te verwijderen. Als de chirurg het insulinoom in zijn geheel kan weghalen en er zijn elders geen uitzaaiingen in het lichaam, dan is het grootste deel van de patiënten daarmee genezen.
Welke behandeling als er wel uitzaaiingen zijn?
Als het insulinoom uitzaaiingen heeft veroorzaakt, dan is de ziekte niet te genezen. Het kan dan wel zinvol zijn om (een deel van) de tumor weg te halen om klachten te verminderen. Om de uitzaaiingen te bestrijden zijn meer behandelingen mogelijk, bijvoorbeeld met medicijnen, somatostatine-injecties en eventueel chemotherapie.
Bij een traag groeiende NET graad 1 zal eerst worden gekozen voor somatostatine-injecties of behandeling met everolimus of PRRT.
Bij een sneller groeiende NET graad 3 zal worden gekozen voor chemotherapie.
Wat is van belang voor en na de operatie?
Voordat een patiënt wordt geopereerd, is het belangrijk om te voorkomen dat hij of zij nog een lage bloedsuikerspiegel heeft. Daarnaast is het van belang dat tijdens en na de operatie de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Daarom is het veiliger om te kiezen voor een operatie in een kenniscentrum voor NET. Daar worden vaker NET-patiënten geopereerd en is dus veel ervaring aanwezig in het voorkomen van dit soort complicaties.
Om de klachten verder te verminderen kan de bloedsuikerspiegel omhoog worden gebracht door vaak te eten. Soms is ’s nachts bijvoeding nodig, eventueel in de vorm van sondevoeding. Bij ernstige vormen is een infuus met glucose (suiker) noodzakelijk omdat de patiënt anders niet meer kan functioneren.
Na de operatie van het insulinoom kunnen klachten blijven bestaan die te maken hebben met het hormoon insuline en de bloedsuikerspiegel. Als er bij de operatie van het insulinoom te veel alvleesklierweefsel is weggenomen krijg je namelijk diabetes mellitus.
Gedragsverandering en verwardheid
De klachten die ontstaan als gevolg van overproductie van insuline geven een slechte kwaliteit van leven. Patiënten met een insulinoom kunnen last hebben van gedragsveranderingen en verwardheid die door de lage suikerspiegel worden veroorzaakt.
Ook door gewichtstoename kunnen psychische en lichamelijke klachten ontstaan.
(Bron: netneckanker.nl)
Veel gestelde vragen en antwoorden
In de alvleesklier zitten neuro-endocriene cellen die insuline maken. Als deze cellen ongecontroleerd groeien, kan een neuro-endocriene tumor (NET) ontstaan. Als een tumor te veel insuline aanmaakt dan noem je dat een insulinoom.
Een insulinoom maakt extra insuline aan. Te veel insuline veroorzaakt een lage bloedsuikerspiegel. Hierdoor wordt te veel suiker opgeslagen en is er minder suiker beschikbaar als brandstof om je spieren en organen te laten functioneren.
Dit kan veel klachten veroorzaken, zoals zweten met bleekheid, hoofdpijn, trillen, beven, zichtproblemen, hartkloppingen, duizeligheid en flauwvallen, verwardheid, slechte concentratie en gedragsverandering.

