Skip to content

Doel van de studie

De PERSEUS-1-studie vergelijkt twee manieren om vochtophoping na verwijdering van het lichaam en/of de staart van de alvleesklier te behandelen.

Voor wie?

Voor mensen bij wie het lichaam en/of de staart van de alvleesklier is verwijderd (linker pancreasresectie of distale pancreatectomie) en bij wie vochtophoping is ontstaan, waarvoor behandeling nodig is.

Wat houdt de studie in?

Vochtophoping na een alvleesklieroperatie is een bekende complicatie. Hiervan kunnen klachten ontstaan, waardoor behandeling nodig is. Er zijn twee manieren om deze vochtophoping te behandelen, namelijk via een kijkonderzoek met een inwendige echo (EUS: endoscopische ultrasonografie) en via de huid (percutaan).

In deze studie worden deelnemende patiënten door loting verdeeld in twee groepen. Deze groepen worden met elkaar vergeleken.

  • Groep 1 krijgt EUS-geleide drainage. Bij deze endoscopische methode wordt een flexibele slang, een endoscoop, via de slokdarm naar binnen gebracht. Met echo op het uiteinde van deze slang wordt de vochtophoping in beeld gebracht, waarna hierin wordt geprikt. De arts plaatst een afvoerbuisje (stent) in de vochtcollectie. Deze stent voert het vocht af via de maag, waarna het vocht via het maagdarmstelsel wordt afgevoerd.
  • Groep 2 krijgt de percutane drainage. Bij deze percutane methode wordt eerst met echo of röntgenonderzoek gekeken waar de vochtophoping zit. Vervolgens wordt met een naald in de vochtophoping geprikt, waarna een slangetje wordt achtergelaten buiten het lichaam waaruit de vloeistof kan lopen.

Meer informatie

Wil je meer weten over deze studie? Stel dan je vragen aan je behandelend arts. Of kijk voor aanvullende informatie op de website van de DPCG.

Back To Top