Chemotherapie is een behandeling met stoffen die zich via het bloed verspreiden en kankercellen doden of afremmen. Sommige mensen met alvleesklierkanker krijgen chemotherapie voor of na de operatie. Chemotherapie kan ook een behandeling zijn bij uitgezaaide alvleesklierkanker. Het doel van de chemotherapie is dan om je leven te verlengen en dat je minder klachten hebt van de ziekte.
This information is also available in English, see chemotherapy.
Hoe werkt chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling met cytostatica (cytos = cel, statis = stilstand). Dit zijn medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door je lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen de kankercellen bereiken.
Chemotherapie is vooral geschikt voor behandeling van kwaadaardige tumoren, omdat de kankercellen worden gekenmerkt door een versnelde celdeling, vaak in combinatie met een beschadigd celreparatiemechanisme. Ze zijn daardoor een stuk gevoeliger voor cytostatica dan normale en gezonde cellen. Maar chemotherapie doodt helaas ook gezonde cellen. Daardoor krijg je waarschijnlijk last van bijwerkingen.
Om het effect van de chemo te bepalen wordt een CT-scan gemaakt en je bloed onderzocht. Ook wordt steeds bepaald in overleg met jou of je fit genoeg bent om door te gaan.
Indien nodig en mogelijk worden er aanpassingen gedaan in de hoeveelheid chemo die je krijgt, hoe vaak je de chemo krijgt, of in hoe de chemo is samengesteld. Soms wordt overgeschakeld op een minder zwaar middel, of besluit je samen met je arts dat het beter is om te stoppen.
Soorten chemotherapie bij alvleesklierkanker
De meest gebruikt soort chemotherapie is FOLFIRINOX. Dat is een combinatie van vier verschillende middelen: folinezuur, fluorouracil, irinotecan en oxaliplatin. Echter, behandeling met FOLFIRINOX is een intensieve behandeling die alleen geschikt is voor fitte patiënten. Heb je een minder goede conditie, dan krijg je een minder zware chemokuur. Door of de hoeveelheid of samenstelling van FOLFIRINOX aan te passen, of je krijgt gemcitabine + nab paclitaxel, een middel met minder bijwerkingen.
Toediening chemotherapie
Behandeling met chemotherapie is in de vorm van een kuur volgens een vastgesteld schema. Je krijgt een periode medicijnen en een periode niet. Vaak bestaat de behandeling uit een reeks chemokuren. Meestal zijn het er 12, die om de twee weken gegeven worden.
De chemo wordt toegediend via een infuus. Dit is of een PICC-lijn die in een bloedvat in de arm wordt aangebracht. Of er wordt een Port-a-cath onder de huid geplaatst.
Bij de chemo krijg je medicijnen tegen misselijkheid. Er kan een pijnlijk prikkelend gevoel in de arm ontstaan. Een warme doek over de arm helpt dan.
Vlak na de chemo kun je een vreemd gevoel in je keel krijgen. Dit verdwijnt vanzelf weer.
Chemotherapie voor de operatie
Als je alvleesklierkanker hebt, krijg je soms eerst chemotherapie voordat de arts je opereert en de tumor verwijdert. Door de chemotherapie wordt de tumor kleiner en dan kan de arts de tumor beter ‘radicaal’, dat betekent helemaal, weghalen. De chirurg bespreekt met je of chemotherapie voor de operatie zinvol kan zijn. Chemotherapie voor de operatie heet ook wel een ‘neoadjuvante behandeling’. Soms wordt deze chemotherapie gecombineerd met een bestraling.
Je arts vertelt of je in aanmerking komt voor chemotherapie (+/- bestraling) voor de operatie. Het maakt uit welk stadium alvleesklierkanker je hebt. Chemotherapie voor de operatie is standaard voor mensen met een ‘borderline resectabel alvleesklierkanker’, waarbij de tumor ook in een belangrijk bloedvat is gegroeid. Bij ‘resectabele alvleesklierkanker’, waarbij de tumor in zijn geheel te verwijderen lijkt te zijn en niet of nauwelijks in belangrijke bloedvaten is gegroeid, is chemotherapie voor de operatie niet gebruikelijk, maar kun je het soms wel in studieverband krijgen.
Heb je een goede conditie, dan krijg je waarschijnlijk FOLFIRINOX.
Heb je een minder goede conditie, dan krijg je een minder zware chemokuur zoals gemcitabine + nab paclitaxel.
Chemotherapie na de operatie
Je krijgt meestal ook chemotherapie na de operatie van alvleesklierkanker. Met de chemotherapie wil de arts de achtergebleven kankercellen vernietigen.
Soms krijg je voor én na de operatie chemotherapie.
In onderstaande video krijg je uitleg over de behandeling met chemotherapie voor of na een operatie bij alvleesklierkanker.
Video chemotherapie voor of na een operatie bij alvleesklierkanker
Chemotherapie bij uitgezaaide alvleesklierkanker
Chemotherapie kan een behandeling zijn bij uitgezaaide alvleesklierkanker. Zo’n behandeling richt zich vooral op het remmen van de ziekte en/of het verminderen of voorkomen van klachten van de kanker, zoals pijn.
Als je conditie goed genoeg is, dan zal je arts de verschillende chemotherapie mogelijkheden met je bespreken. Waar patiënten voorheen standaard werden behandeld met het chemotherapeuticum gemcitabine, is uit onderzoek gebleken dat de overleving na behandeling met FOLFIRINOX voor uitgezaaide pancreaskanker significant beter is dan met gemcitabine (respectievelijk 11.1 en 6.8 maanden overleving). Naast het verbeterde effect van FOLFIRINOX op de overleving van patiënten met uitgezaaide alvleesklierkanker, is gebleken dat 10 tot 20% van de patiënten alsnog geopereerd kan worden.
Mocht FOLFIRINOX te zwaar zijn, dan kan de hoeveelheid of samenstelling worden aangepast, of er wordt overgeschakeld op de combinatie van gemcitabine + nab paclitaxel.
Bekijk hieronder de video met uitleg over de behandeling met chemotherapie bij uitgezaaide alvleesklierkanker.
Video chemotherapie bij uitgezaaide alvleesklierkanker
Bijwerkingen van chemotherapie bij alvleesklierkanker
Of je last krijgt van bijwerkingen hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die je krijgt. Vraag aan je arts welke bijwerkingen de chemotherapie kan geven.
Bijwerkingen kunnen zijn:
- pijnlijke mond.
- andere smaak.
- misselijkheid.
- minder eetlust.
- diarree.
- verstopping.
- je moe voelen.
- een grieperig gevoel.
- pijn in spieren en gewrichten.
- benauwdheid.
- meer last van infecties.
- bloedingen.
- bloedarmoede.
- huidproblemen.
- haaruitval.
- een ‘chemobrein’.
- cholinergisch syndroom.
- tintelingen of pijn aan je handen of voeten (neuropathie).
- hartproblemen.
Doen zich dit soort verschijnselen voor, bespreek ze dan met je arts. Onnodig lijden hoeft niet: vaak hebben artsen oplossingen, zoals medicatie.
Soms zijn de bijwerkingen echter zo zwaar, dat de arts de behandeling aanpast. Bijvoorbeeld door de dosis van de medicijnen te verlagen of de rustpauze tussen de kuren langer te maken.
Misschien wil je zelf stoppen met de chemotherapie of stelt je arts dit voor. Bij het maken van een keuze is het goed om stil te staan bij wat voor jou belangrijk is. En om dat met je naasten en je arts te bespreken.
Bij de volgende verschijnselen moet je direct contact opnemen met de arts:
- koorts (boven de 38 °C).
- bloedneus die niet wil overgaan.
- blauwe plekken zonder dat je bent gevallen.
- wondje dat blijft bloeden.
- bloed in de ontlasting of urine.
- kortademigheid of hoesten.
- drukkend gevoel op de borst.
- niet meer goed kunnen eten of drinken.
Chemotherapie en seksualiteit
Veel mensen vragen zich af of zij wel veilig seksueel contact kunnen hebben als zij behandeld worden met chemotherapie. Indien u behandeld wordt met chemotherapie, is dit geen belemmering om seksueel contact te hebben. Deze behandelingen zijn niet schadelijk voor uw partner.
Wel is persoonlijke hygiëne belangrijk in de eerste dagen na de chemo.

