Er zijn zorgen of een intensieve behandeling voor een operatie aan alvleesklierkanker zou kunnen zorgen voor problemen na de operatie. Onderzoekers van de Dutch Pancreatic Cancer Group zochten uit of die zorgen terecht zijn | augustus 2025.
Sommige wetenschappers maken zich zorgen dat een intensieve behandeling voor de operatie de alvleesklier kan beschadigen of de weerstand van de patiënt kan verminderen. Dit zou het risico op ernstige problemen na de operatie vergroten. In de PREOPANC-2-studie kreeg een deel van de patiënten een voorbehandeling met combinatie gemcitabine (chemotherapie) en bestraling. Een ander deel van de patiënten kreeg FOLFIRINOX, een intensievere behandeling met vier chemotherapie-middelen. Uit de studie bleek dat beide behandelingen even effectief waren. Maar het was nog niet bekend of er verschillen waren in problemen na de operatie.
Geen verschil in problemen na de operatie
De onderzoekers keken in beide behandelgroepen naar verschillende ernstige problemen die na de operatie kunnen optreden: een fistel (lekkage van de operatienaden), bloedingen, gallekkage en sterfte binnen drie maanden na de operatie. In totaal kreeg ongeveer één op de vijf patiënten met een ernstig probleem te maken. Ongeveer 1-2% van de patiënten stierf binnen 90 dagen. Er waren geen opvallende verschillen tussen de behandelgroepen: alle problemen kwamen in beide groepen ongeveer even vaak voor.
Vertrouwen voor PREOPANC-3
Dat voorbehandeling met FOLFIRINOX niet voor meer problemen na de operatie zorgt dan gemcitabine en bestraling geeft vertrouwen voor de PREOPANC-3-studie, die momenteel nog loopt. In die studie wordt de effectiviteit van FOLFIRINOX-behandeling vóór de operatie vergeleken met FOLFIRINOX-behandeling na de operatie. De eerste resultaten worden volgend jaar verwacht.
Meer informatie
De originele Engelstalige samenvatting van het onderzoek is beschikbaar. Klik hieronder op de button.
