Skip to content

Mensen met het Lynch-syndroom hebben een erfelijke aanleg voor kanker. Er zijn aanwijzingen dat het syndroom ook een hoger risico geeft op alvleesklierkanker, maar het is nog onduidelijk hoe hoog dit risico precies is en of het zinvol is om deze patiënten standaard te controleren op alvleesklierkanker. Onderzoekers van de Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG) zochten het uit | maart 2026.

Er zijn vijf verschillende erfelijke afwijkingen die kunnen leiden tot Lynch-syndroom. Omdat het syndroom vooral een hoog risico geeft op darm- en baarmoederkanker, soms tot wel 70% (darmkanker) of 55% (baarmoederkanker), kunnen mensen met Lynch-syndroom op deze kankersoorten al regelmatig worden gecontroleerd. Hoe eerder de kanker immers wordt ontdekt, hoe beter de vooruitzichten zijn.

Dat principe geldt ook voor alvleesklierkanker. Maar regelmatige controles hebben ook nadelen: ze kunnen bijvoorbeeld zorgen voor ongerustheid en kosten veel geld. Vaak worden regelmatige controles daarom pas uitgevoerd als het risico zo hoog is, dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Volgens wetenschappers ligt deze grens voor alvleesklierkanker bij een risico van meer dan 5%. Om te bepalen of het nodig is om mensen met Lynch-syndroom ook regelmatig te controleren op alvleesklierkanker is het dus belangrijk om te weten hoe hoog het risico hierop precies is.

Klein risico op kanker in of bij de alvleesklier

De onderzoekers besloten om niet alleen te kijken naar alvleesklierkanker, maar ook naar andere kankersoorten in en bij de alvleesklier: papil van Vaterkanker (ampullair carcinoom) en distale galwegkanker. Voor elk van de vijf erfelijke afwijkingen die tot Lynch-syndroom leiden, berekenden ze het risico op deze kankersoorten. Dit deden ze door bij 2.605 personen met Lynch-syndroom na te gaan hoeveel van hen één van de kankersoorten ontwikkelde.

Afhankelijk van de erfelijke afwijking en de soort kanker ontwikkelde nul tot maximaal drie op de 100 patiënten één van de kankersoorten. Dat komt neer op een risico van 0 tot 3%. Dat is iets hoger dan in de algemene bevolking: daar is het risico op één van de drie onderzochte kankersoorten ongeveer 0,8%.

Risico te laag voor regelmatige controles

Mensen met Lynch-syndroom hebben dus inderdaad een iets hoger risico op alvleesklierkanker dan mensen zonder Lynch-syndroom. Maar omdat dit nog ver onder de grens van 5% ligt, verwachten de onderzoekers dat de nadelen van screenen (zoals de zorgen en de kosten) groter zijn dan de voordelen. Zij raden regelmatige controles op alvleesklierkanker, papil van Vaterkanker of distale galwegkanker dan ook niet aan.

Meer informatie

De originele Engelstalige samenvatting van het onderzoek is beschikbaar. Klik hieronder op de button.

Ga naar de Engelstalige samenvatting
Back To Top